de naam Het Spoel

Tekst uit Voetnoot Het Spoel en een interview met de schrijver ervan, Chris Will in Culemborg zoals het was. Er is een kaart van rond 1650 waar de naam ook al, op de huidige plek (uiterst rechts), een eenvoudige sluis lijkt aan te duiden met daarnaast een gebouw, dat zich op enig moment noemde naar de sluis.

“De benaming ‘Het Spoel’ duikt reeds op aan het begin van de achttiende eeuw. Op deze plaats, gelegen op een tweetal kilometer ten westen van Culemborg, kwam in die jaren een waterstaatkundige aanleg tot stand die een einde moest maken aan de destijds veelvuldig terugkerende wateroverlast in het Culemborgse Veld. De geschiedschrijver Voet van Oudheusden vermeldt in zijn ‘Historische Beschryvinge van Culemborg’ uit 1753 over deze aanleg het navolgende: ‘In den Jaere 1701 is door eenige uit de Regeeringe een Werk doorgedrongen, dat het Graefschap [Culemborg] nog heugt. Vermits de Wael en Merwe, en by gevolg ook de Linge, wegens het verstoppen en verzanden van den rechter arm van den Rhyn by Schenckeschans’, altoos zeer hoog en vol waters waren, in zoo verre, dat de Molens, aen de Vliet en den Horn geplaetst, het Binnewater tot die hoogte niet konden opmaelen, zoo dat het Broek of de laege Landen gemeenlyk onder water stonden, en de Rivier de Lek zoo laeg, dat dezelve niet meer vaerbaer was, wierd goed gevonden de Waterlosing op dezelve te maeken. Men verkoos daer toe de Plaets genaemt het Spoel, omme aldaer een Sluis in den Lekdyk te leggen, en de Molens op te richten. (…) Men groef een wyde Molevliet, bezette die met hooge Kaden, men groefden Dyk door, en bouwde een zwaere Steene Sluis. De Molens, die op de Vliet hadden gemaelen, wierden hier gebragt en geplaetst. Men bouwde voor en agter Molens, en men was met deeze nieuwe Waterlosinge zeer in de schik.’”

“In de Middeleeuwen was er al een sluis op deze plek met de naam het Spoel. Die had gewoon een puntdeur en haar taak was om overtollig water uit de polder in de rivier te lozen. Vandaar de naam, het ‘spoelen’ van water. Omdat de polder in de loop van tijd inklonk en het waterpeil van de Lek steeg, kwam hij lager te liggen dan de rivier. Vervolgens werden er molens gebouwd om het water weg te malen via de uiterwaard naar de Lek. Toen ook dat niet meer lukte, werd er naar de Linge afgewaterd via een boezem (een tijdelijke opslagplaats voor overtollig polderwater). De waaiersluis die in 1815 werd aangelegd bij het Spoel had een puur militaire functie, namelijk het inunderen van de polder als er vijandelijkheden dreigden.”