Tekst uit een van de Voetnoten
“De polder Goilberdingen. Oude kaarten laten zien dat de verkaveling van die polder de aangrenzende uiterwaarden in loopt. Dat wijst erop dat de verkaveling ouder is dan de dijk en deze is teruggelegd. Uit de archeologische verwachtingskaart van Culemborg blijkt dat Goilberdingen deels is aangelegd op het weggespoelde deel van de stroomgordel van Redichem. Goilberdingen bestond al vóór de 13e eeuw. Vóór het ontstaan van die polder moet in het gat in de stroomgordel voor de hooggewassen Lek nog de weg hebben opengelegen naar de komlaagten rond de huidige Waai, in het midden van het plangebied. Later, wellicht nog in de Middeleeuwen, moest ook de (teruggelegde) dijk van Goilberdingen het ontgelden. Hij werd dan ook ‘Quaden dijck’ gedoopt. De dijkkronkels – inlagen – ten westen van Culemborg getuigen nog van doorbraken in die dijk en van dijk- herstel. Minder opvallend zijn de sporen van water- geweld bij de Goilberdingerwaard. Hier moet de dijk over grote afstand landinwaarts zijn verhuisd. Uit de themakaart is op te maken dat het buitengedijkte deel van Goilberdingen oudhoevig land vormt. Dit kan eeuwenoude sporen van bewoning, cultivering en waterbeheersing bevatten. Mogelijk vormde de zomerdam ooit onderdeel van de middeleeuwse bekading van Goilberdingen en Everdingen.”
De naam Goilberdingen
Volgens Gerald van Berkel en Kees Samplonius in “Nederlandse plaatsnamen verklaard“ kwam de naam Goilberdingen voort uit het rond 1200 al bestaand Godebreghtingen, een afleiding met het suffix –ingi van de persoonsnaam Godebrecht met als betekenis ‘bij de lieden van Godebrecht’. Te vergelijken met Everdingen en Helsdingen.










